Een volwassen Afrikaanse dwerggeit met een lichtbruine vacht staat in een met gras begroeide weide.

Voor wie geiten heeft – of erover twijfelt

Dwerggeiten houden, zonder verrassingen

Twee dwerggeiten in de tuin klinkt simpel. In de praktijk komt er meer bij kijken dan een hok en een baal hooi: een omheining die echt dicht is, een pens die niet van plotselinge veranderingen houdt, en een lange lijst planten waar ze niet aan mogen komen. Op deze pagina staat wat we daarover weten, met de cijfers en de twijfelgevallen erbij.

Leeftijd
12 – 15 jaar
Schofthoogte
40 – 55 cm
Gezelschap
minimaal 2 dieren
Ruimte
2 m² stal + 10 m² wei p.p.

01 — Achtergrond

Wat is een dwerggeit?

Dwerggeit is geen ras maar een verzamelnaam voor kleine geitenrassen uit West-Afrika. Ze zijn niet gefokt om veel melk of vlees te geven, maar juist klein, compact en opvallend sociaal gebleven.

Herkomst

De voorouders van onze dwerggeiten lopen nog steeds rond in West- en Centraal-Afrika, waar ze als West-Afrikaanse dwerggeit (ook wel Djallonké of Fouta Djallon) bekendstaan. Ze zijn klein, sober en behoorlijk ziekteresistent.

In de jaren vijftig kwamen de eerste dieren via dierentuinen in de Verenigde Staten terecht. Daar is verder gefokt met wat nu de African Pygmy goat heet. Pas in de jaren zeventig en tachtig volgde Europa, eerst in dierentuinen en op kinderboerderijen, daarna bij hobbyhouders. De Nigerian Dwarf is een aparte lijn: ook klein, maar met opvallend romige melk.

Zo herken je een dwerggeit

  • Schofthoogte 40 tot 55 cm, afhankelijk van ras en lijn
  • Gewicht 20 tot 40 kg; bokken zijn duidelijk zwaarder dan geiten
  • Vacht kort tot halflang en dicht, in vrijwel elke kleur: wit, zwart, grijs, bruin, gevlekt of gespikkeld
  • Hoorns kunnen bij beide geslachten groeien. Veel houders laten ze binnen twee weken na de geboorte verwijderen, om kopstoten en vastlopen te voorkomen
  • Lelletjes twee kleine huidflapjes in de hals komen regelmatig voor en zijn volstrekt onschuldig
  • Staart kort en rechtop; bij opwinding wappert hij heen en weer

Gedrag

Geiten zijn geen kleine schapen. Ze zijn nieuwsgierig, klimmen graag en willen alles onderzoeken wat nieuw is. Een geit die zich verveelt gaat op de omheining staan, aan de paaltjes knagen of de tuin opnieuw inrichten.

Ze zijn ook uitgesproken sociaal. Binnen de kudde ligt de rangorde vast en wordt die regelmatig bevestigd met kopstoten, meestal zonder bloed. Eenzaamheid verdragen ze slecht: een alleenstaande geit gaat schreeuwen, verliest eetlust en krijgt daar op den duur echte gezondheidsproblemen van. Houd dus altijd minimaal twee dieren – twee geiten, of een geit met een gecastreerde bok.

Twee Afrikaanse dwerggeiten met een gevlekte vacht staan naast elkaar in een weiland.
Dwerggeiten leven in een vaste kudde, met een duidelijke rangorde.
Close-up van de kop van een dwerggeit met witte en grijze vlekken.
Korte, dichte vacht en rechtopstaande oren: typisch dwerggeit.

Vier kleine geitenrassen naast elkaar

Vergelijking van vier kleine geitenrassen
Ras Schofthoogte Gewicht Herkomst Waar je op moet rekenen
West-Afrikaanse dwerggeit 40 – 50 cm 20 – 30 kg West-Afrika Sober, vruchtbaar en goed bestand tegen warmte. Geeft minder melk dan de Nigerian Dwarf.
African Pygmy goat 40 – 55 cm 25 – 40 kg Verenigde Staten De bekendste dwerggeit. Compact en gespierd, het hele jaar door vruchtbaar.
Nigerian Dwarf 43 – 55 cm 25 – 35 kg Nigeria, via de VS Bekend om de romige melk met een hoog vet- en eiwitgehalte. Interessant als je zelf kaas wilt maken.
Australische miniatuurgeit 43 – 60 cm 25 – 45 kg Australië Ontwikkeld als huisdierras, gevoelig voor overvoeding.

Deze maten zijn richtlijnen. Keuringsverenigingen hanteren verschillende eisen en binnen elk ras bestaan lichte en zware lijnen.

02 — Voorbereiding

Voordat je begint

Het aantal mensen dat na een half jaar twee geiten van de hand wil doen is niet klein. Bijna altijd gaat het mis op dezelfde vier punten: ruimte, tijd, regels of geld. Loop ze vooraf door.

Ruimte

Reken op minimaal 2 m² droge stalruimte per dier – liever 3 tot 4 m², want geiten zoeken graag een eigen plek op. Daarnaast hebben ze buitenruimte nodig: 10 tot 15 m² per geit, met hoogteverschillen om op te klimmen.

Belangrijker dan de oppervlakte is de omheining. Ga uit van 1,2 tot 1,5 meter hoog, met kleinmazig gaas en stevige palen, en sluit de onderkant af. Geiten wurmen zich door een gat dat ze net zo breed als hun kop achten.

Tijd

Reken op ongeveer een kwartier per dag voor voeren, water en controle. Dat is niet veel, maar het moet élke dag. Daar komt per week een half uur tot een uur bij voor mest en strooisel, en elke 6 tot 8 weken een half uur voor het bekappen van de hoeven. Verder ben je af en toe een ochtend kwijt aan de dierenarts. Geiten zijn geen dieren om een weekend links te laten liggen.

Regels: identificatie en registratie

In Nederland geldt voor schapen en geiten – ook bij één of twee dieren in de tuin:

  • elk dier heeft twee identificatiemiddelen nodig
  • de dieren staan vermeld in de landelijke I&R-databank van RVO
  • de locatie heeft een UBN, een uniek bedrijfsnummer
  • aanvoer en afvoer van dieren meld je in dat systeem

In België gelden vergelijkbare verplichtingen, maar de uitwerking verschilt per gewest. Informeer bij het FAVV of bij de regionale diergezondheidsorganisatie voordat je dieren ophaalt.

Ook de gemeente heeft een stem. In woonwijken bepaalt het bestemmingsplan vaak of het houden van vee is toegestaan, en de buurt kan er iets van vinden. Eén telefoontje naar de gemeente voorkomt een hoop gedoe.

Waar je ze vandaan haalt

Koop bij een fokker waar je de moederdieren kunt zien, niet via een advertentie zonder adres. Vraag wat de dieren gewend zijn te eten, of ze gevaccineerd en ontwormd zijn, en of er bekende gebreken in de bloedlijn zitten.

  • let op heldere ogen, een droge neus en een gladde, glanzende vacht
  • geen diarree, geen kreupelheid, geen zichtbaar vermageren
  • het dier is minimaal 8 tot 12 weken oud en eet zelfstandig
  • neem er meteen twee, of regel vooraf een maatje voor de geit die je meeneemt
  • vraag om de gegevens van de identificatiemiddelen en het UBN

Koop nooit één enkele geit. Een tweede dier dat er later bijkomt kost de eerste weken strijd en onrust. Twee dieren die samen zijn opgegroeid scheelt maanden gedoe.

03 — Dagelijkse praktijk

Verzorging

De meeste problemen met geiten komen niet door ziekte, maar door een nattig hok, een omheining met zwakke plekken of te lange hoeven. Dit zijn de onderdelen waar het op aankomt.

Hok en ligplaats

Een droge, tochtvrije stal met ventilatie boven de dieren, niet erdoorheen. Een betonvloer mag, maar dan met een dikke laag stro of zaagsel erop; een verhoogde plank of pallet blijft het populairst. Ruim natte plekken elke week op en verschoon het strooisel volledig als het vochtig aanvoelt. Geiten liggen liever buiten in de regen dan in een vochtige stal.

Omheining

Kleinmazig schapengaas op stevige palen, 1,2 tot 1,5 meter hoog. Span geen gladde draad: geiten lopen er niet tegenaan, ze duwen. Controleer de omheining na storm en in het voorjaar op losse palen, ondergravingen en wildgroen dat de dieren over de draad lokt.

Water en voer

Altijd vers water, ook in de winter, in een vaste emmer of drinkbak die niet omvalt. Hooi hangt in een ruif, want voer dat op de grond ligt wordt vies en houdt besmetting met maagdarmwormen in stand. Een mineraalblok alleen is niet genoeg: geiten hebben een zachte tong en krijgen via een blok vaak te weinig binnen.

Hoeven

Elke 6 tot 8 weken bekappen, op natte grond vaker. Werk de zool bij en verwijder losse stukjes, maar blijf weg van levend weefsel. Laat het de eerste keren voordoen door iemand met ervaring: er een gat in knippen levert een kreupel dier op dat weken nodig heeft om te herstellen.

Verrijking en beweging

Stronken, stenen, een stevige kabelhaspel, een verhoogd platform: alles waar ze op kunnen klimmen en aan kunnen knagen. Wissel af en toe van plek. Geiten eten graag takken en bladeren; een paar takken van de wilg of de els per week houdt ze uren bezig.

Rangorde en koppelen

Nieuwe dieren zet je niet zomaar tussen de rest. Laat ze eerst een week naast elkaar in een apart hok wennen, zodat ze elkaar kunnen zien en ruiken. Wat kopstoten en geduw zijn normaal; grijp in als een dier niet meer bij het voer of het hok kan komen.

Zomer en winter

Zomer. Schaduw is geen luxe. Geiten kunnen slecht tegen hitte en zoeken zelf de schaduw op, maar als die er niet is staan ze uren in de zon. Zet water op twee plekken en controleer bij warm weer extra op maden in wondjes en vieze achterwerken; een vlieg legt daar binnen een dag eitjes.

Winter. Geiten hebben geen zware bescherming nodig en mogen naar buiten, zolang ze een droge, tochtvrije plek kunnen opzoeken. Zorg dat het water niet bevriest en dat de vacht niet nat blijft liggen. Bij vorst eten ze meer ruwvoer; de penswerking produceert dan zelf warmte.

Terugkerende taken

Terugkerende verzorgingstaken
Wanneer Wat
Elke dag Water verversen, hooi bijvullen, alle dieren één keer goed bekijken: eetlust, houding, ontlasting
Elke week Natte plekken en mest verwijderen, omheining en hek controleren
Elke 6 – 8 weken Hoeven bekappen, mineralen bijvullen, huid controleren op luizen en teken
Elk jaar CD-T-vaccinatie herhalen, mestonderzoek voor wormen, algemene controle door de dierenarts
Een bont gekleurde dwerggeit loopt over een graspad naar de camera toe.
Geiten grazen het liefst de hele dag door kleine beetjes.
Twee dwerggeiten zetten hun koppen tegen elkaar tijdens een speels duel.
Kopstoten horen erbij: zo wordt de rangorde bepaald.

Wat je in huis wilt hebben

  • Hooiruif en een vaste drinkbak of emmer
  • Losse mineralenmix met koper, plus een mineralenblok voor tussendoor
  • Hoefknipper, hoefrasp en een scherp mesje voor de zool
  • Stro of zaagsel als strooisel, en een schep
  • Elektronische thermometer voor rectaal meten
  • Ontsmettingsmiddel (jodium of chloorhexidine), gaas en wondzalf
  • Dierenverband, een dekentje voor een ziek dier en een kist of doos om te vervoeren
  • Het telefoonnummer van een dierenarts die ervaring met geiten heeft

04 — Voeding

Voeding en planten

Geiten zijn kieskeurige eters met een ingewikkeld spijsverteringsstelsel. Ongeveer negentig procent van wat ze binnenkrijgen hoort ruwvoer te zijn. De rest is aanvulling – of een vergissing die je liever voorkomt.

De basis: hooi, water, mineralen

Hooi, onbeperkt. Vers, groen, goed geroken hooi staat het hele jaar door beschikbaar, dag en nacht. Een volwassen dier eet ruwweg 1 tot 2 kilo per dag. Hooi houdt de pens in beweging en de temperatuur op peil; zonder constante vezels staat de vertering binnen een dag stil.

Water, altijd. Gemiddeld 1 tot 3 liter per dier per dag, meer bij warmte of tijdens de lactatie. Reinig de drinkbak dagelijks: een laag groene aanslag is precies waar bacteriën op wachten.

Mineralen, los aangeboden. Een losse mix werkt beter dan een liksteen, want via een blok krijgen geiten zelden genoeg binnen. Kijk specifiek naar de koper- en seleniumwaarde: geiten hebben meer koper nodig dan schapen, en het aanbod in ons gras is vaak aan de magere kant.

Wat een volwassen dier per dag binnenkrijgt

Dagelijkse hoeveelheden voer en water
Onderdeel Hoeveelheid Opmerking
Hooi 1 – 2 kg Onbeperkt beschikbaar, in een ruif
Water 1 – 3 liter Meer bij warm weer en bij zogende geiten
Losse mineralen vrij beschikbaar Bij voorkeur een mix met koper en selenium
Krachtvoer 0 – 300 g Alleen voor drachtige, melkgevende of magere dieren
Groenvoer en fruittraktatie een handvol Als afwisseling, nooit als vervanging van hooi

Waarom plotse veranderingen gevaarlijk zijn

De pens is eigenlijk een groot gistvat: micro-organismen breken vezels af en houden zo het hele dier in leven. Een plotseling nieuw rantsoen laat die cultuur instorten. Het gevolg is een zure pens (acidose) of een pens die opzwelt en de ademhaling afknijpt (bloat). Wen nieuwe voeding dus in stappen van zeven tot tien dagen in, en geef nooit opeens een grote portie krachtvoer of suikerrijk fruit.

Wat te doen bij een opgeblazen pens

  • Laat het dier blijven lopen; stilstand verergert het
  • Haal al het krachtvoer weg en bied alleen hooi en water aan
  • Bel direct een dierenarts als de buik hard aanvoelt, het dier naar adem hapt of gaat liggen
  • Massage of een scheutje baking soda is een noodgreep, geen behandeling: alleen een dierenarts kan een volgelopen pens echt redden

Krachtvoer en traktaties: houd het klein

Wanneer wel

Krachtvoer is er voor dieren die het echt nodig hebben: drachtige en zogende geiten, snel groeiende lammeren en dieren die om gezondheidsredenen moeten aankomen. Een geit die gewoon in de wei loopt heeft het zelden nodig.

Waarom meestal niet

Overvoeding is de snelste route naar een verstoorde pens en naar nierstenen, vooral bij bokken en gecastreerde dieren. Brood, koekjes en keukenafval verstoren de pensflora en horen niet in het rantsoen.

Wat wél als traktatie

Een handje bladgroen, een stukje wortel, appel of watermeloen, of een tak met blad. Geiten zijn dol op variatie en eten graag met de seizoenen mee.

Plantenoverzicht: veilig en giftig

Zoek op naam of filter op categorie. Staat een plant uit jouw tuin er niet tussen? Ga dan uit van het voorzichtige antwoord: niet geven, en controleer het bij een dierenarts of via een plantenlijst van een geitenfokvereniging.

Gras

De basis van het geitendieet. Vers gras (weide) en gedroogd gras (hooi) zijn de voornaamste voedingsbronnen. Rijk aan vezels voor een gezonde penswerking.

Paardenbloem Taraxacum officinale

Zowel bloemen, bladeren als stengels zijn eetbaar. Rijk aan vitamines A, C en K. Dwerggeiten eten het graag en het heeft een licht diuretisch effect.

Weegbree Plantago

Zowel smalbladige als breedbladige weegbree is uitstekend voer. Bevat mucilagineuze stoffen die goed zijn voor de spijsvertering.

Brandnetel Urtica dioica — verwelkt

Vers brandt de netel in de bek; gedroogd of verwelkt is het uitstekend voer, rijk aan ijzer, calcium en eiwit. Hang een bos te drogen en voer het in de winter bij.

Wilg Salix

Wilg bevat salicine, een natuurlijk pijnstillend stofje. Dwerggeiten knagen graag aan wilgentakken. Geeft ook geestelijke verrijking.

Braam en framboos Rubus

Geiten zijn dol op bramen- en braambladeren. Ze zijn rijk aan antioxidanten en vezels. Let op de doorns – jonge loten zijn veiliger.

Appel- en perenblad Malus, Pyrus

Bladeren en kleine takjes van de appelboom zijn veilig en lekker voor geiten. Vermijd verwelkte bladeren van pruimen en kersen (produceren blauwzuur).

Klaver Trifolium

Rode en witte klaver zijn eiwitrijke voedselbronnen. Geef het met mate – te veel klaver kan bloat (opgeblazenheid) veroorzaken.

Luzerne Medicago sativa

Zeer eiwitrijk en calciumhoudend. Ideaal als aanvulling voor drachtige en zogende geiten. Voor niet-drachtige geiten met mate geven.

Kamille Matricaria chamomilla

Kamille heeft een kalmerend effect en is goed voor de spijsvertering. Kan vers of gedroogd worden aangeboden.

Els Alnus

Bladeren en jonge takken van de els zijn veilig en lekker. Goede bron van vezels en mineralen.

Cichorei Cichorium intybus

Bevat inuline, een prebiotische vezel die de darmflora ondersteunt. Dwerggeiten eten zowel bladeren als stengels.

Haver stro en korrels

Haverstro is een goede vezelbron. Haverkorrels zijn energierijk en geweldig als traktatie of prestatievoer voor zogende geiten.

Beuk Fagus sylvatica

Verse jonge beukenbladeren zijn veilig en lekker. Gedroogde bladeren zijn ook prima. Vermijd grote hoeveelheden beukennootjes.

Munt Mentha

Munt is aromatisch en wordt graag gegeten. Het heeft antibacteriële eigenschappen en kan de melkkwaliteit positief beïnvloeden bij zogende geiten.

Appel Malus domestica

Vruchten zijn een gezonde traktatie. Verwijder bij grote hoeveelheden de zaden (bevatten blauwzuur in theorie, maar kleine hoeveelheden zijn doorgaans geen probleem).

Banaan Musa

Geiten houden van zowel de vrucht als de schil. Rijk aan kalium. Ook de bladeren en de hele plant zijn veilig.

Wortel Daucus carota

Een favoriete snack. Rijk aan bètacaroteen. Geef ze in hapklare stukken om verstikking te voorkomen.

Watermeloen Citrullus lanatus

Zeer verfrissend bij warm weer. Ze eten vaak de hele vrucht, inclusief de schil en zaden.

Pompoen Cucurbita

Zowel de vrucht als de zaden zijn veilig en voedzaam. Sommige houders geloven dat de zaden een licht ontwormend effect hebben.

Bramen en frambozen Rubus

De hele plant (bladeren, stengels, vruchten) is veilig en geliefd. Goede bron van antioxidanten.

Roos Rosa

Geiten zijn dol op rozen, inclusief de bloemen en de bladeren. Let alleen op voor grote doorns.

Broccoli, kool en bloemkool Brassica

Veilig in beperkte mate. Te veel kan leiden tot opgeblazenheid (bloat), dus voer met mate.

Knoflook Allium sativum

Veilig in kleine hoeveelheden. Knoflook staat bekend om zijn weerstandsverhogende eigenschappen. Te veel ui kan echter bloedarmoede veroorzaken.

Den en spar Pinus, Picea

Dennen- en sparrengranen zijn rijk aan vitamine C. Geiten eten ze vaak graag in de winter.

Esdoorn Acer

De bladeren en schors van de meeste esdoorns zijn veilig. Let op: de Rode Esdoorn kan giftig zijn.

Zonnebloem Helianthus annuus

De hele plant is eetbaar. De zaden zijn een goede bron van vetten en vitamine E.

Taxus Taxus baccata

Risico: DODELIJK. Alle delen van de taxus (naaldjes, twijgen, bessen) bevatten taxine-alkaloïden. Zelfs kleine hoeveelheden (100–200 g) kunnen een geit doden door hartstilstand. Symptomen: plotse dood, spierbeven, ademhalingsmoeilijkheden.

Rododendron en azalea Rhododendron

Risico: DODELIJK. Bevat grayanotoxinen. Vergiftiging leidt tot overvloedig kwijlen, braken, verminderd bewustzijn, hartritmestoornissen en de dood. Alle delen zijn giftig, ook de honing van de bloemen.

Buxus Buxus sempervirens

Risico: Ernstige vergiftiging. Bevat buxine en andere alkaloïden. Symptomen: diarree, buikpijn, spierkrampen, ademhalingsmoeilijkheden. Kan bij grote hoeveelheden fataal zijn.

Nachtschade Solanum nigrum, dulcamara

Risico: DODELIJK bij grote hoeveelheid. Bevat solanine. Symptomen: verlammingsverschijnselen, spierbeven, diarree, bewusteloosheid, hartfalen.

Vingerhoedskruid Digitalis purpurea

Risico: DODELIJK. Bevat digitalisglycosiden die de hartwerking ernstig verstoren. Zelfs kleine hoeveelheden veroorzaken hartritmestoornissen en kunnen snel dodelijk zijn.

Goudenregen Laburnum anagyroides

Risico: DODELIJK. Alle delen (zaden, peulen, bladeren, bast) bevatten cytisine. Symptomen: overvloedig speeksel, braken, convulsies, bewusteloosheid, de dood.

Eikels en eikenblad Quercus

Risico: Ernstig bij grote hoeveelheden. Eikels bevatten tanninen die nierschade veroorzaken. Kleine hoeveelheden zijn meestal geen probleem, maar grote hoeveelheden leiden tot constipatie, nierfalen en bloederige urine.

Oleander Nerium oleander

Risico: DODELIJK. Bevat oleandrinen (hartglycosiden). Zelfs het water waarin oleanderbladeren hebben gelegen is giftig. Symptomen: braken, diarree, hartstoringen, de dood.

Adelaarsvaren Pteridium aquilinum

Risico: Ernstige vergiftiging. Bevat thiaminase en kankerverwekkende stoffen. Chronische opname leidt tot beenmergschade, inwendige bloedingen en kanker.

Wolfskers (belladonna) Atropa belladonna

Risico: DODELIJK. Bevat atropine en scopolamine. Symptomen: verwijde pupillen, droge mond, delirium, convulsies, hartstoringen, de dood.

Narcis Narcissus

Risico: Ernstige vergiftiging. Bol én bladeren bevatten lycorine. Vergiftiging veroorzaakt braken, slaperigheid, lage bloeddruk en convulsies.

Klimop Hedera helix

Risico: Matig tot ernstig. Bevat hederin. Kleine hoeveelheden veroorzaken maagdarmklachten; grote hoeveelheden kunnen zenuwtoxisch zijn.

Stinkende gouwe Chelidonium majus

Risico: Gevaarlijk. De oranje melksap bevat alkaloïden die lever- en nierschade veroorzaken bij regelmatige opname.

Lupine Lupinus

Risico: Ernstig bij grote hoeveelheden. Sommige soorten bevatten lupinine en andere alkaloïden die zenuwschade en 'kronkelziekte' (louping ill-achtig) kunnen veroorzaken.

Avocado Persea americana

Risico: Giftig. Vooral de variëteiten uit Zuid-Amerika (zoals Haas) zijn gevaarlijk. Het bevat persine, wat kan leiden tot hartfalen en ademhalingsproblemen. Mexicaanse avocado's zijn vaak minder problematisch, maar voorzichtigheid is geboden.

Lelietje-van-dalen Convallaria majalis

Risico: ZEER GIFTIG. Bevat hartglycosiden die vergelijkbaar zijn met vingerhoedskruid. Kan leiden tot hartverlamming.

Rabarberblad Rheum rhabarbarum

Risico: Giftig. De stengels zijn veilig (maar zuur), maar de bladeren bevatten grote hoeveelheden oxaalzuur, wat nierfalen kan veroorzaken.

Monnikskap Aconitum

Risico: DODELIJK. Een van de meest giftige planten in Europa. Zelfs aanraken kan al irritatie geven; inname leidt vaak tot de dood door ademhalingsverlamming.

Hulst Ilex

Risico: Giftig. De bessen en bladeren kunnen ernstige maag-darmklachten en sufheid veroorzaken.

Japanse rotsheide Pieris

Risico: ZEER GIFTIG. Bevat grayanotoxinen, vergelijkbaar met rododendron. Kan leiden tot braken, stuiptrekkingen en de dood.

Ridderspoor Delphinium

Risico: Ernstige vergiftiging. Bevat alkaloïden die het zenuwstelsel aantasten en kunnen leiden tot verlamming.

Zijdeplant Asclepias

Risico: Giftig. Bevat cardiale glycosiden die hartproblemen en ademhalingsmoeilijkheden kunnen veroorzaken.

Vogelkers (verwelkt blad) Prunus

Risico: DODELIJK (vooral bij verwelkt blad). Het verwelkte blad bevat blauwzuur (cyanide), wat binnen enkele minuten dodelijk kan zijn.

05 — Gezondheid

Gezondheid

Geiten verbergen ziekte zo lang mogelijk; tegen de tijd dat een dier apart staat of stopt met eten, is het vaak al dagen aan de gang. Leer daarom wat normaal is, zodat je kunt zien wat afwijkt.

Wat is normaal?

Normale waarden bij een volwassen dwerggeit
Meting Normale waarde
Lichaamstemperatuur 38,5 – 39,7 °C
Hartslag 70 – 90 slagen per minuut
Ademhaling 15 – 30 keer per minuut
Pensbewegingen 1 – 2 per minuut, voelbaar links onder de flank
Slijmvliezen (FAMACHA) roze tot lichtrood; bleek of wit betekent bloedarmoede

Meet de temperatuur rectaal en noteer de waarde bij twijfel. Een dier dat gestrest is of in de zon heeft gestaan meet al snel iets hoger.

Aandoeningen waar je op moet letten

Maagdarmwormen

Oorzaak

Parasitaire nematoden, met name Haemonchus contortus (bloedzuigende worm). Besmetting via begraasde wei.

Symptomen

Bleke slijmvliezen, vermagering, lusteloosheid, vochtophoping onder de kin ("flessenkaak") en bloedarmoede.

Behandeling

Ontworming met middelen op basis van ivermectine, benzimidazolen of levamisol. Steeds op advies van de dierenarts wegens resistentie.

Preventie

Om de paar weken van perceel wisselen, geen overbegrazing, voer nooit van de grond en de FAMACHA-score bijhouden.

Coccidiose

Oorzaak

Eencellige parasieten (Eimeria) in de dunne darm. Vooral lammeren tot een half jaar zijn kwetsbaar.

Symptomen

Waterige tot bloederige diarree, gewichtsverlies, sufheid, uitdroging, buikpijn.

Behandeling

Sulfonamiden (sulfadimidine) of toltrazuril op voorschrift dierenarts. Ondersteunende therapie met elektrolyten.

Preventie

Droge, schone stalling, geen overbevolking, gescheiden opfok jonge dieren, goede voederhygiëne.

Hoefproblemen en voetrot

Oorzaak

Te lange hoeven (onvoldoende bijknippen), vochtige omgeving (voetrot door Fusobacterium + Dichelobacter), verwondingen.

Symptomen

Kreupelheid, rode/stinkende hoeven, weigering om te lopen, voorkeurhalten op knieën.

Behandeling

Regelmatig hoeven bijknippen (elke 6–8 weken), hoefbaden met kopersulfaat, antibiotica bij voetrot.

Preventie

Droge ondergrond, regelmatig hoefverzorging, toegang tot harde ondergrond (grind, beton).

Uierontsteking (mastitis)

Oorzaak

Bacteriële infectie van het uier (Staphylococcus, Streptococcus, E. coli). Meer bij zogende geiten.

Symptomen

Warm, gezwollen, pijnlijk uier; veranderde melk (vlokken, bloed, waterachtig); koorts; weigering om lam te laten drinken.

Behandeling

Directe veterinaire interventie: antibiotica intramusculair of intramammaïr, uitmelken, pijnstillers.

Preventie

Hygiënische melkinstallatie, droge stalling, regelmatige uiercontroles, droogzetbehandeling.

Longontsteking

Oorzaak

Bacteriën (Mannheimia, Pasteurella), virussen of Mycoplasma. Vaker bij stress, tocht, vochtige stalling of plotse temperatuurwisselingen.

Symptomen

Hoesten, neusvloed, koorts (>40°C), versnelde ademhaling, sufheid, eetlustvermindering.

Behandeling

Antibiotica (oxytetracycline, tulathromycine) op voorschrift, ontstekingsremmers, droge warme omgeving.

Preventie

Goede ventilatie zonder tocht, vaccinaties, nieuwe dieren quarantaine houden, stressvermijding.

Enterotoxemie

Oorzaak

Clostridium perfringens type C of D. Toxineproductie in de darm bij plotse dieetverandering of overvoeding.

Symptomen

Plotse dood (soms zonder voorafgaande symptomen), convulsies, opgeblazen buik, bloederige diarree.

Behandeling

Antitoxineserum indien snel beschikbaar; vaak is de dood te snel. Ondersteunende zorg.

Preventie

Vaccinatie is essentieel (CD-T vaccin jaarlijks). Geen plotse dieetveranderingen. Geleidelijk wennen aan nieuw voer.

Tetanus

Oorzaak

Clostridium tetani-sporen in de bodem. Infectie via wonden, kastratieverwondingen of onthoornen.

Symptomen

Spierstijfheid, "sawhorse"-houding, trismus (kaakklem), overgevoeligheid voor geluid/licht, uiteindelijk verlamming.

Behandeling

Tetanusantitoxine, antibiotica, spierverstappers, donkere rustige omgeving. Prognose is slecht.

Preventie

Vaccinatie (CD-T combivaccin), aseptische wondverzorging bij ingrepen, tetanusantitoxine profylactisch bij risicovolle ingrepen.

Uitwendige parasieten

Oorzaak

Luizen, schurftmijten (Sarcoptes, Psoroptes), teken. Besmetting via direct contact of bedding.

Symptomen

Jeuk, haaruitval, krabgedrag, schilferige huid, korstvorming, rusteloosheid.

Behandeling

Ivermectine (injectie of pour-on), pyrethroïden voor luizen. Behandel alle dieren en desinfecteer de stalling.

Preventie

Quarantaine nieuwe dieren, regelmatige huidinspectie, schoon strooisel, tekencontrole na begrazing.

Mineralentekorten

Oorzaak

Eenzijdige voeding, gebrekkig weideaanbod, overmatig hooi zonder aanvulling. Koper-, selenium- en zinktekort zijn het meest voorkomend.

Symptomen

Kopergebrek: vale vacht en pigmentverlies in donker haar. Seleniumgebrek: witte spierziekte met stijve, slappe lammeren. Zinktekort: huidproblemen en verminderde vruchtbaarheid.

Behandeling

Gericht bijsupplementeren, nadat bloedonderzoek heeft uitgewezen wat er ontbreekt.

Preventie

Mineralenblok permanent beschikbaar stellen, losse mineralen bijmengen, jaarlijks bloedpanel laten afnemen.

Ontwormen: zo min mogelijk, maar wel genoeg

Wormen raken resistent tegen de middelen die het vaakst worden gebruikt. Het advies is dan ook om niet standaard te ontwormen maar te testen: mestonderzoek laat zien of er echt een probleem is, en de FAMACHA-score van het ooglid vertelt of een dier bloedarm wordt.

  • Laat twee keer per jaar mest onderzoeken
  • Ontworm alleen dieren die daadwerkelijk besmet zijn, niet de hele kudde standaard
  • Weid afwisselend en laat een perceel na het weiden een tijd leeg staan
  • Voer hooi nooit van de grond en zorg voor schoon drinkwater

Bel de dierenarts als...

  • een dier stopt met eten en niet meer herkauwt
  • de temperatuur boven 40,5 °C komt of juist onder 38 °C zakt
  • er bloed in de ontlasting zit of diarree langer dan een dag aanhoudt
  • een geit niet meer opstaat, of met de kop tegen de muur staat
  • er sprake is van een verwonding dieper dan de huid
  • een pasgeboren lam binnen twee uur niet drinkt

Geiten zijn eenvoudig te herbekijken maar moeilijk te behandelen: de pens maakt de werking van veel middelen onvoorspelbaar. Bespaar dus niet op een consult.

06 — Fokken

Fokken en lammeren

Dwerggeiten zijn het hele jaar door vruchtbaar, wat betekent dat je zelf bepaalt wanneer de lammeren komen – en dat het ook flink mis kan gaan als je niet oplet. Fokken met een geit die zelf nog amper volwassen is, is vragen om problemen.

Voor je begint

Fok alleen met gezonde, volgroeide dieren: een geit van minimaal 7 tot 12 maanden die zestig procent van haar volwassen gewicht heeft. Vraag de fokker of de dierenarts naar de bloedlijnen. Inteelt levert zwakke lammeren op, en bokken worden al jong vruchtbaar – een dochter van dezelfde bok dekken is vragen om problemen.

Bedenk ook wat je met de lammeren doet. Een geit werpt gemiddeld twee tot drie lammeren per keer, elk jaar opnieuw. Bokjes zijn lastiger te plaatsen dan geitjes en worden meestal op jonge leeftijd gecastreerd.

Bronst en dekking

De bronstcyclus duurt 21 dagen en de eigenlijke bronst 12 tot 36 uur: staartwiebelen, onrust, veel geluid en een vochtige afscheiding. Noteer de dekdatum meteen, want daar hangt alles aan vast.

Twee jonge dwerggeitjes staan dicht tegen elkaar aan in een wei.
Lammeren kunnen binnen een dag al rechtop staan en drinken.
Twee jonge dwerggeiten met een bruine vacht staan naast elkaar.
Twee lammeren uit dezelfde worp: het kleinste heeft extra aandacht nodig.

Van dekking tot spenen

  • Dag 0 — dekking

    De dracht duurt gemiddeld 145 tot 155 dagen, dus ongeveer vijf maanden.

  • Laatste 6 weken — opvoeren

    De lammeren groeien nu het hardst. De geit krijgt extra eiwit en energie in kleine porties, plus een rustige plek om te eten, want in de kudde wordt een drachtig dier makkelijk weggeduwd.

  • 24 uur voor de bevalling

    Het uier zwelt, het schaambeen verzacht en de geit trekt zich terug. Vaak is ze onrustig en loopt ze heen en weer. Zorg voor een droge, beschutte plek met schoon stro.

  • De bevalling

    Meestal verloopt die zonder hulp. Het eerste lam komt bij een normale ligging binnen 30 tot 60 minuten na het breken van de vliezen; daarna volgen de andere sneller. Blijf op afstand kijken en grijp pas in als er na een half uur niets gebeurt.

  • Eerste twee uur — biest

    Dit is het belangrijkste moment van de hele fokkerij. Het lam moet binnen twee uur biest drinken, want dat is de enige bron van antistoffen. Drinkt het niet zelf, melk de moeder dan af en geef de biest met een flesje. Desinfecteer het navelstrengstompje en weeg het lam.

  • Eerste weken — controle

    Weeg de eerste week dagelijks. Bij twee of meer lammeren let je extra op het kleinste dier, dat vaak bij het uier wordt weggeduwd. Laat lammeren tot 8 tot 12 weken bij de moeder en wen ze tegelijk aan hooi en water.

  • Spenen

    Spenen lukt vanaf 8 tot 12 weken, als de lammeren zelfstandig ruwvoer en water opnemen. Bouw de melkgift rustig af: dat is voor moeder en lam vriendelijker dan een plotselinge scheiding.

Onthoornen en castreren

Onthoornen gebeurt meestal binnen de eerste twee weken na de geboorte, castreren op jonge leeftijd. Laat dit door een dierenarts doen, met pijnstilling. Wil je geen geiten met hoorns, dan is de ingreep vroeg in het leven veel vriendelijker dan later.

Melk: wat je mag verwachten

Een geit die lamt geeft daarna melk, en blijft dat doen zolang je blijft melken. Reken op ongeveer een halve tot anderhalve liter per dag, met bij de Nigerian Dwarf een opvallend vetpercentage van 5 tot 10 procent – precies waarom die dieren populair zijn bij kaasmakers.

07 — Beeld

Dwerggeiten in beeld

Klik op een foto voor een grotere weergave. Alle foto's komen van Wikimedia Commons en mogen vrij gebruikt worden; bij elke foto staat wie hem maakte.

Fotoverantwoording: de foto's op deze pagina komen van Wikimedia Commons en zijn daar onder een vrije licentie of als publiek domein beschikbaar gesteld. De maker en de licentie staan bij elke foto vermeld; de volledige licentietekst is via de bestandspagina op Commons na te lezen.

08 — Vragen

Veelgestelde vragen

De vragen die we het vaakst terugzien, met het antwoord dat we zelf zouden geven.

09 — Contact

Vragen of aanvullingen

Staat je vraag er niet bij, of klopt er iets niet? Laat het weten. We antwoorden meestal binnen twee werkdagen.

Wie zit hierachter?

Dwerggeit.be is een onafhankelijk informatieplatform. We zijn geen dierenartsenpraktijk en geen fokkerij. Bij twijfel over de gezondheid van een dier is de dierenarts altijd de juiste keuze – niet deze website.

  • E-mail info@dwerggeit.be
  • Regio Nederland en België
  • Reactietijd doorgaans binnen twee werkdagen

Let op. De informatie op deze site is algemeen van aard en vervangt geen veterinair advies. Doseringen, vaccinatieschema's en regelgeving veranderen; controleer ze bij je dierenarts, bij RVO, bij het FAVV of bij de gemeente.